Wie de specificaties van een elektrische auto bekijkt, stuit vaak op twee verschillende getallen voor de accucapaciteit: bruto en netto. Het bruto vermogen is de totale chemische inhoud van de batterij, oftewel de maximale hoeveelheid energie die de cellen in theorie kunnen opslaan. Dat getal zegt echter weinig over hoeveel energie de auto daadwerkelijk kan gebruiken. Het netto vermogen is de capaciteit die het voertuig echt ter beschikking heeft voor het rijden en laden.

Het verschil tussen beide getallen is geen verkooptruc, maar een bewuste keuze van fabrikanten. Een deel van de accucapaciteit wordt gereserveerd als buffer. Die buffer beschermt de cellen tegen overladen en te ver leegrijden, wat de levensduur ten goede komt. Ook kan een deel van de capaciteit worden gebruikt voor het regelen van de temperatuur van het accupakket of voor het balanceren van de cellen. Zonder die marge zou de accu sneller degraderen en zou de actieradius na verloop van tijd sterker afnemen.

Voor kopers is het netto vermogen het getal dat telt. Het bepaalt hoeveel kilometer je in de praktijk kunt rijden en hoe snel de auto kan laden. Een auto met een bruto capaciteit van 80 kWh kan bijvoorbeeld een netto capaciteit van 75 kWh hebben. Dat verschil van 5 kWh lijkt klein, maar kan in de praktijk tientallen kilometers actieradius schelen. Bij het vergelijken van modellen is het daarom verstandig om niet alleen naar het bruto getal te kijken, maar juist naar de netto capaciteit en het verbruik per kilometer.

Fabrikanten communiceren vaak met het bruto getal omdat dat hoger en dus aantrekkelijker oogt. Toch zijn er ook merken die het netto vermogen prominent vermelden, omdat dat de eerlijke gebruikerservaring weerspiegelt. Voor de restwaarde van een elektrische auto kan de netto capaciteit op termijn belangrijker worden dan het bruto getal, zeker naarmate batterijen ouder worden en de buffer langzaam afneemt.

Het onderscheid tussen bruto en netto is ook relevant bij het snelladen. De laadsnelheid wordt vaak opgegeven in kW en hangt samen met de netto capaciteit en de laadcurve. Een accu met een grote buffer kan vaak langzamer laden omdat de software de cellen ontziet. Een accu met een kleinere buffer laadt soms sneller, maar heeft weer minder reserve. Dit is een afweging die fabrikanten maken tussen prestaties, levensduur en kosten.

Kortom, de bruto capaciteit is de theoretische inhoud van de batterij, de netto capaciteit is wat de auto daadwerkelijk kan gebruiken. Wie een elektrische auto koopt of leaset, doet er goed aan om beide getallen te vergelijken en vooral te letten op het netto vermogen, het verbruik en de laadspecificaties. Alleen zo krijg je een realistisch beeld van de actieradius en de kosten per kilometer.

2Weergaven

Auteur

Techniek en onderhoud

Joris Meijer — techniek en onderhoud, Rijblik.