De Audi 100 C3, die in 1982 op de markt kwam, wordt door kenners beschouwd als de ware belichaming van het merk Audi. Niet de sportieve Quattro, de eigenzinnige A2 of de luxe A8, maar deze gestroomlijnde sedan uit de hogere middenklasse zou de ziel van het merk het beste vangen. De C3-generatie, de derde incarnatie van de 100, combineerde spectaculaire vormgeving met grensverleggende aerodynamica en bleek een tijdloos concept dat de blauwdruk vormde voor luxueuze zakenauto's.
De Audi 100 C3 was een technisch hoogstandje. Met een luchtweerstandscoëfficiënt van slechts 0,30 was hij destijds de meest aerodynamische sedan in serieproductie. Dat vertaalde zich direct in lagere brandstofkosten en hogere snelheden bij minder vermogen. De gestroomlijnde carrosserie, met zijn karakteristieke vorm en naar achteren aflopende daklijn, was niet alleen een esthetische keuze maar vooral een functionele. Deze focus op efficiëntie zou jarenlang het handelsmerk van Audi blijven.
Het model was leverbaar met een breed scala aan motoren en aandrijflijnen, van zuinige viercilinders tot krachtige vijfcilinders, en later zelfs met de beroemde quattro-vierwielaandrijving. Die keuzevrijheid maakte de 100 C3 aantrekkelijk voor zowel zakelijke rijders als particulieren die waarde hechtten aan comfort en prestaties. De combinatie van vooruitstrevende techniek en praktische bruikbaarheid zorgde ervoor dat de auto jarenlang populair bleef.
De geschiedenis van Audi zoals we dat nu kennen, begint opvallend genoeg bij Mercedes-Benz. In de jaren zestig probeerde Daimler-Benz een kleinere auto te ontwikkelen als aanvulling op het Mercedes-gamma. Project W118 moest een middenklassesedan met 1,5-liter boxermotor en voorwielaandrijving opleveren. Daimler had een groot belang in Auto Union, het moederbedrijf van DKW, Audi, Horch en Wanderer, en kon zo profiteren van hun kennis op het gebied van voorwielaandrijving. Het project mislukte, maar leidde uiteindelijk tot de DKW F102 en later de Audi 60, nadat Volkswagen in 1966 volledig eigenaar werd van Auto Union.
De Audi 60 bleek een succes en luidde een periode van gestage groei in. In 1972 verscheen de compleet nieuwe Audi 80 (B1), die het fundament legde onder een uiterst succesvolle modelreeks. Volkswagen begreep dat Audi het ideale merk was om door te stoten naar de hogere marktsegmenten. De Audi 80 werd de basis voor de technisch verwante Volkswagen Passat, terwijl de kleine Audi 50 werd omgedoopt tot Volkswagen Polo. Zo ontstond een duidelijke merkhiërarchie.
De Audi 100, die sinds 1968 bestond, bediende samen met de 80 jarenlang de kern van het gamma. De 100 C3 was de derde generatie en betekende een grote sprong voorwaarts. Met zijn revolutionaire aerodynamica zette hij de toon voor alle latere Audi's. De Quattro, die op de 80 (B2) was gebaseerd, en de latere A2 en A8 zijn stuk voor stuk belangrijke modellen, maar geen van alle belichamen ze zo sterk de combinatie van technische voorsprong en tijdloos design als de 100 C3.
De Audi A2, die in 1999 verscheen, wordt door liefhebbers gekoesterd vanwege zijn innovatieve aluminium carrosserie en zuinigheid, maar kon commercieel niet overtuigen. De A8, de luxe topklasse, is technisch indrukwekkend maar mist de breedte van de 100 C3. De Quattro is legendarisch vanwege zijn rallysuccessen, maar is meer een sportief icoon dan een afspiegeling van het merk als geheel. De 100 C3 daarentegen was een auto die voor velen bereikbaar was en tegelijkertijd de technische koers van Audi bepaalde.
Met de 100 C3 bewees Audi dat vooruitgang niet alleen in grotere motoren of meer luxe zit, maar juist in slimme engineering. De slogan 'Voorsprong door techniek', in 1970 bedacht, kreeg met dit model concreet gestalte. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de 100 C3 in de zoektocht naar de ziel van Audi als winnaar uit de bus komt. Hij is de belichaming van een merk dat zich onderscheidt door innovatie, efficiëntie en tijdloze vormgeving.
2