Stellantis gaat volgend jaar een groot aantal elektrische modellen uitrusten met goedkopere LFP-accu's. Dat heeft topman Antonio Filosa aangekondigd tijdens de presentatie van de kwartaalcijfers, zoals gemeld door Automotive News. Volgens hem schakelt Stellantis «heel veel modellen» over van NMC- naar LFP-accu's en verwacht hij een «aanzienlijke besparing» op de accukosten. Welke auto's precies worden omgebouwd, laat hij nog in het midden. Ook de precieze omvang van de overstap heeft het concern nog niet nader toegelicht.

Het verschil tussen beide accutypen is technisch goed te verklaren. LFP-accu's bevatten geen nikkel en kobalt, waardoor ze goedkoper te produceren zijn. Ze staan daarnaast bekend om hun lange levensduur en hoge thermische stabiliteit. Tegenover die voordelen staat dat de energiedichtheid doorgaans lager ligt dan bij NMC-accu's. Voor eenzelfde actieradius is daardoor een groter en zwaarder accupakket nodig. Dat maakt de keuze voor elk model een afweging tussen kosten, gewicht en rijbereik.

Juist die afweging maakt het waarschijnlijk dat Stellantis NMC-techniek blijft gebruiken voor duurdere modellen waarbij een groot rijbereik belangrijk is. Renault, Volvo en Mercedes-Benz hanteren die strategie al. Voor Stellantis is extra kostenbesparing welkom: het concern noteerde afgelopen kwartaal een verlies van 311 miljoen euro. In die context past de aangekondigde accuomschakeling in een bredere zoektocht naar lagere kosten voor de elektrische modellen.

De overstap naar LFP valt samen met de introductie van het nieuwe STLA One-platform, dat eveneens in 2027 debuteert. Dat schaalbare platform is bestemd voor de compacte klasse tot de onderkant van het D-segment en moet uiteindelijk de basis vormen voor meer dan dertig modellen. Het is geschikt voor verschillende aandrijflijnen, waardoor één technische basis een breed aanbod kan dragen. Daarmee wordt de accukeuze onderdeel van een grotere productiestrategie in plaats van een losstaande maatregel.

Voor de benodigde LFP-accu's werkt Stellantis onder meer samen met de Chinese accugigant CATL. Beide bedrijven investeren maximaal 4,1 miljard euro in een accufabriek bij de Stellantis-productielocatie in het Spaanse Zaragoza. Die fabriek moet een jaarlijkse productiecapaciteit van maximaal 50 GWh krijgen. De samenwerking laat zien hoe het concern de productie van de goedkopere accu's wil organiseren, al blijft de uiteindelijke impact op de prijs van de auto's afhankelijk van welke modellen worden omgebouwd.

1Weergaven

Auteur

Tests

Niels Hoekstra — tests, Rijblik.