De sterke afschrijving van elektrische auto's is een van de grootste financiële nadelen van EV's. Bij een particuliere aankoop is dat een direct risico, maar ook bij leasen is de vraag wie de rekening betaalt als de restwaarde van een elektrische auto onder druk komt. Dat is niet per definitie de leasemaatschappij.
De afschrijving van een auto is het verschil tussen de aanschafprijs en de waarde die het voertuig na verloop van tijd nog oplevert. Bij een elektrische auto wordt dat verschil bepaald door een combinatie van factoren: de ontwikkeling van de batterijtechniek, de vraag naar gebruikte EV's, de resterende accucapaciteit en de mate waarin nieuwe modellen met betere specificaties op de markt komen. Juist omdat de techniek zich snel ontwikkelt, kan de waarde van een elektrische auto sneller dalen dan bij een vergelijkbare benzine- of dieselauto.
Bij lease komt daar een contractuele laag bij. De leasemaatschappij koopt de auto aan en berekent een maandbedrag waarin de verwachte afschrijving is verwerkt. Aan het einde van de looptijd wordt de auto verkocht en wordt de werkelijke restwaarde vergeleken met de verwachting. Wie het verschil draagt, verschilt per contractvorm. Bij een operationele lease ligt het restwaardirisico in beginsel bij de leasemaatschappij, die de auto na afloop zelf verkoopt. Bij een financial lease of een contract met een gegarandeerde restwaarde kunnen afspraken anders liggen en kan een deel van het risico bij de klant terechtkomen.
Voor de leaserijder is het daarom van belang om bij het aangaan van een contract goed te kijken naar de afspraken over restwaarde, de looptijd en de kilometervergoeding. Een te optimistische restwaarde in het contract kan bij een tegenvallende markt leiden tot een nabetaling. Andersom kan een voorzichtige restwaarde juist een buffer vormen. De afschrijving is daarmee niet alleen een technisch gegeven, maar ook een contractueel onderwerp dat de maandlasten en het eindbedrag bepaalt.
De discussie over de afschrijving van EV's speelt in een bredere context. Waterstofauto's laten zien hoe extreem restwaarden kunnen bewegen: een eerste generatie Hyundai Nexo met een hogere kilometerstand is inmiddels voor ongeveer 11.000 euro te vinden, terwijl het model in 2019 nog rond de 80.000 euro kostte. De nieuwe Nexo begint bij 72.495 euro, waarmee Hyundai het startpunt iets lager legt dan bij de eerste generatie. Dat voorbeeld maakt duidelijk dat een hoge aanschafprijs en een beperkte infrastructuur de restwaarde flink kunnen drukken.
Voor elektrische auto's geldt een vergelijkbare dynamiek, al is de markt voor batterij-elektrische modellen groter en volwassener dan die voor waterstof. De snelle introductie van nieuwe modellen met meer range en snellere laadtijden zet de waarde van oudere EV's onder druk. Voor leasemaatschappijen betekent dat een grotere onzekerheid bij het bepalen van de restwaarde, wat zich vertaalt in hogere maandbedragen of strengere contractvoorwaarden.
Wie een elektrische auto least, doet er dus verstandig aan om niet alleen naar het maandbedrag te kijken, maar ook naar de vraag wie aan het einde van de rit de rekening betaalt als de restwaarde tegenvalt. Het antwoord op die vraag staat in het contract, niet in de techniek van de auto.
1