Het Nederlandse wegverkeer heeft vorig jaar iets minder CO2 uitgestoten dan in 2024. De totale uitstoot daalde met bijna 2 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De daling is vooral te danken aan het feit dat automobilisten meer kilometers elektrisch rijden. Volledig elektrische auto's stoten tijdens het rijden geen CO2 uit, al benadrukt het statistiekbureau dat de uitstoot die vrijkomt bij het opwekken van de benodigde elektriciteit niet in deze cijfers is meegenomen.
Personenauto's zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot door het wegverkeer. Zij stoten gezamenlijk meer dan 15 miljard kilogram CO2 uit. Dat is bijna 2 procent minder dan een jaar eerder. De uitstoot van niet-elektrische personenauto's bleef tussen 2024 en 2025 nagenoeg gelijk. De daling van het totaal komt dus vrijwel volledig op het conto van de groei van het elektrisch rijden.
Ook andere categorieën wegvoertuigen lieten een afname zien. Bussen, motor- en bromfietsen stoten minder CO2 uit doordat de voertuigen schoner worden. Relatief gezien daalde de uitstoot van bromfietsen het sterkst ten opzichte van een jaar eerder, maar het gaat hier om kleine volumes. In totaal waren bromfietsen in 2025 goed voor slechts 0,2 procent van de uitstoot door het wegverkeer.
De cijfers van het CBS komen op een moment dat er ook kritische geluiden klinken over de werkelijke uitstoot van stekkerhybrides. Uit Europees onderzoek van het International Council on Clean Transportation (ICCT), waarbij de verbruiksdata van ruim 900.000 plug-in hybrides uit 2021 tot en met 2023 werden geanalyseerd, blijkt dat de CO2-uitstoot in de praktijk aanzienlijk hoger ligt dan de fabrieksopgave. De gemiddelde uitstoot op papier bedraagt iets meer dan 30 gram CO2 per kilometer, maar in de praktijk ligt dat op ruim 130 gram per kilometer. Bij auto's van registratiejaar 2023 was de werkelijke uitstoot zelfs 4,6 keer hoger dan het geclaimde emissiecijfer.
De oorzaak ligt volgens de onderzoekers vooral in het gebruik. Veel rijders laden hun plug-in hybride minder vaak op dan verondersteld, waardoor de brandstofmotor vaker draait dan nodig is. Ook wordt het aandeel elektrisch gereden kilometers in de officiële rekenmethodes overschat: er wordt uitgegaan van ongeveer 80 procent, terwijl dit in de praktijk rond de 20 procent ligt. De rekenmethodes worden inmiddels aangepast, waardoor de theoretische verbruiks- en uitstootcijfers van plug-in hybrides de komende jaren dichter bij de werkelijkheid zullen komen.