Passagiersschermen in auto's worden in de praktijk nauwelijks gebruikt, terwijl fabrikanten er flink voor laten bijbetalen. Dat blijkt uit de U.S. Tech Experience Index van het Amerikaanse onderzoeksbureau JD Power, waarvoor ruim 68.000 respondenten zijn ondervraagd die gemiddeld drie maanden in een nieuwe auto reden. Meer dan een derde van degenen met zo'n extra touchscreen zegt het display nooit te gebruiken. Slechts 6 procent van de ondervraagden maakt elke rit gebruik van het scherm.
De passagiersschermen bieden de bijrijder de mogelijkheid om video's en muziek te streamen, te gamen of soms zelfs de toerenteller en snelheid in de gaten te houden, zoals bij Ferrari. Toch leidt die extra technologie niet per definitie tot een betere ervaring, stelt Doron Hikry, Director of Customer Success bij JD Power. Volgens hem waarderen klanten vooral technologie die nauwelijks opvalt, omdat die gewoon werkt. Hij noemt daarbij systemen als smart ignition en smart climate-control. Functies die echte problemen oplossen zonder extra inspanning of stress voor de bestuurder, spreken klanten het meest aan.
De schermen zijn allesbehalve goedkoop. Bij Porsche kost het extra display ongeveer 1.500 euro. In de nieuwe Mercedes-Benz GLA, waar het scherm tegenwoordig ook leverbaar is, bedraagt de meerprijs circa 1.200 euro. Fabrikanten bieden de passagiersschermen steeds vaker aan, vooral in premiummodellen, maar de onderzoeksresultaten suggereren dat de meerwaarde voor veel kopers beperkt blijft.
Het onderzoek van JD Power richt zich op de ervaringen van autobezitters in de eerste maanden na aanschaf. De uitkomsten laten zien dat een deel van de nieuwste technologische snufjes in de auto weliswaar indrukwekkend oogt, maar in de dagelijkse praktijk weinig wordt gebruikt. De conclusie van het onderzoek is dat fabrikanten beter kunnen investeren in technologie die direct bijdraagt aan het rijgemak, in plaats van in dure displays die vooral als optie op de configurator opvallen.