Anti-blokkeerremsystemen, beter bekend als ABS, zijn tegenwoordig een vanzelfsprekende veiligheidsvoorziening in vrijwel elke nieuwe auto. Toch lag de oorsprong van het systeem niet in de wegenbouw, maar in de luchtvaart. Vliegtuigen kregen al in de jaren veertig antiblokkeerremmen, terwijl productieauto's daar pas in de jaren zestig mee uitgerust werden.

Het principe is eenvoudig: wanneer een wiel bij hard remmen blokkeert, verliest de bestuurder de controle over het voertuig en neemt de remweg toe. ABS voorkomt dit door de remdruk per wiel razendsnel te verlagen en weer op te bouwen, zodat het wiel blijft draaien en de bestuurder kan blijven sturen. Voor vliegtuigen was die techniek van groot belang, omdat ook zij bij een landing op natte of gladde banen te maken kregen met blokkerende wielen. Een systeem dat op een vliegveld betrouwbaar werkte, bleek dus ook de weg op te kunnen, maar die stap kostte tientallen jaren.

Over welke productieauto als eerste ABS kreeg, bestaat geen eenduidig antwoord. De bron wijst erop dat er discussie is over dit antwoord, en benadrukt tegelijk dat het belang van de voorziening niet ter discussie staat. Wat wel vaststaat, is dat het systeem pas in de jaren zestig de weg op kwam. Sindsdien is ABS uitgegroeid tot een van de belangrijkste veiligheidsvernieuwingen in de automobielgeschiedenis, en het is inmiddels een standaarduitrusting die bestuurders zelden bewust opmerken, maar die bij een noodstop het verschil kan maken.

Het verschil tussen de luchtvaart en het wegverkeer verklaart waarom de techniek zo lang op zich liet wachten. Vliegtuigen remmen onder andere omstandigheden: op hoge snelheid, met grote massa’s en op banen die door regen, ijs of olie snel glad worden. De investering in een systeem dat steeds de remdruk moet aanpassen, rechtvaardigde zich daar eerder dan bij het gewone automobilisme, waar de kosten per voertuig een grotere rol speelden. Pas toen de elektronica betaalbaarder en betrouwbaarder werd, kon ABS in productieauto’s worden ingebouwd zonder de prijs ervan onbereikbaar te maken.

Voor de Nederlandse bestuurder is de betekenis van ABS vooral praktisch. Bij een noodstop op een natte weg kan het systeem voorkomen dat de auto blijft doorschuiven, terwijl de bestuurder de stuurbewegingen behoudt om te ontwijken. Het systeem werkt daarbij zonder dat de bestuurder het zelf hoeft te doseren, wat juist bij paniekremmen cruciaal is. De remweg is op droog asfalt niet altijd korter dan zonder ABS, maar de controle over het stuur blijft wel behouden, en dat is het hoofdvoordeel.

Het verhaal van ABS laat zien hoe een technologie die in een veeleisende sector bewees te werken, decennia kan wachten voordat ze voor het gewone verkeer beschikbaar komt. Dat de discussie over de eerste productieauto nog steeds loopt, past bij de geschiedenis van veel veiligheidsvernieuwingen: ze ontstaan vaak gelijktijdig op verschillende plekken, en hun pioniers raken na verloop van tijd op de achtergrond.

4Weergaven

Auteur

Autonieuws

Daan Willems — autonieuws, Rijblik.